Loading...

Politieke partijen en partijenstelsel van België

Term Paper 2014 22 Pages

Dutch (Literature, Culture and Language)

Excerpt

Inhaltsverzeichnis

1 Inleiding

2 Het Belgische partijenstelsel
2.1 De historische ontwikkeling
2.1.1 Eerste fase van partijvorming
2.1.2 Tweede fase van partijvorming
2.1.3 Derde fase van partijvorming
2.2 Wat is een politieke partij?

3 De Belgische partijen in het Federaal Parlement
3.1 Vlaamse partijen
3.1.1 CD&V - Christen-Democratisch en Vlaams
3.1.2 Open Vld - Open Vlaamse Liberalen en Democraten
3.1.3 sp.a - socialistische partij anders
3.1.4 N-VA - Nieuw-Vlaamse Alliantie
3.1.5 VB - Vlaams Belang
3.1.6 Groen
3.2 Waalse partijen
3.2.1 cdH - centre démocrate Humaniste
3.2.2 FDF - FédéralistesDémocrates Francophones
3.2.3 MR - Mouvement Réformateur
3.2.4 PP- Parti Populaire
3.2.5 PS - Parti Socialiste
3.2.6 ECOLO - Écologistes Confédérés pour l'Organisation de Luttes Originales
3.2.7 PTB-Go! - Parti du Travail de Belgique-Gauche d’ouverture!

4 Huidige samenstelling van het Federaal Parlement
4.1 Samenstelling van de Kamer van volksvertegenwoordigers
4.2 Samenstelling van de nieuwe Senaat

5 De Belgische verkiezingen van 25 mei 2014 - Hoe gaat het nu verder?

6 Conclusie

7 Bronvermelding
7.1 Literatuur
7.2 Internetbronnen

1 Inleiding

Belgiё is een van de grootste federale landen in Europa. Het land is samengesteld uit drie gemeenschappen: de Vlaamse, Franse en Duitstalige. Daarnaast zijn er drie gewesten: het Vlaams, Waals en Brussels Gewest. Hierdoor heeft het Belgische politieke landschap een heel grote variëteit aan actieve politieke partijen.

In dit werkstuk worden het politieke partijenstelsel en de politieke partijen van Belgiё besproken. Omdat het eerste hoofdstuk de basis van het werkstuk vormt, komt daarin de geschiedenis van het Belgische partijenstelsel aan bod, in relatie tot de drie fasen van partijvorming en de structuur van een partij.

In aansluiting daarop volgt een overzicht van de verschillende politieke partijen die in Belgiё vertegenwoordigd zijn in het Federaal Parlement, met informatie over hun ontwikkeling, organisatie en ideologie – de basis van de partijpolitiek.

Daarna volgt een kort overzicht van de huidige samenstelling van het Federaal Parlement, sinds de verkiezingen van 25 mei 2014. Ten slotte wordt er een vooruitblik gegeven op hoe het nu verder zal gaan.

In dit werkstuk probeer ik op duidelijke en bondige wijze een beeld te schetsen van het Belgische partijenstelsel en de Belgische partijen in het Federaal Parlement. Ik hoop dat mijn werkstuk antwoorden op de volgende vragen kan geven: hoe is het Belgische partijenstelsel ontstaan en hoe heeft het zich ontwikkeld? Wat is een politieke partij? Waarom zijn er zo veel politieke partijen in België? Wat is het Federaal Parlement en hoe is het opgezet? Welke Belgische partijen zijn gekozen in het Federaal Parlement, waar zijn ze vandaan gekomen, hoe zijn deze partijen georganiseerd en wat is hun ideologie? En tot slot: hoe is de huidige samensteling van het Federaal Parlement, en hoe zal het verder gaan nu met de verkiezingen van 25 mei 2014 niet alleen de federale Kamer maar ook het Europees Parlement, het Vlaams Parlement, het Waals Parlement, het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap gekozen is?

2 Het Belgische partijenstelsel

Om het ingewikkelde partijenstelsel van België te begrijpen, moet men teruggaan naar de dag van de Belgische onafhankelijkheid van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in 1830.[1] In 1831 werd België, na een liberale revolutie, een eenheidsstaat. Dat wil zeggen: een unitaire staat, gedragen door het unionisme. Het unionisme was het oppositionele verbond tussen liberalen en katholieken, dat in 1828 tot stand was gekomen en zijn bloeiperiode had tussen 1831 en 1839.[2] België werd toen geregeerd door koning Leopold I. Hij was „een overtuigd aanhanger van het unionisme, omdat dit regeringssysteem het best overeenstemde met zijn eigen opvattingen over het vorstelijke gezag”.[3] België was een partijloze staat en de koning kon heel vrij handelen en zijn eigen macht uitbreiden, omdat er nog geen politieke partijen of groeperingen bestonden.[4]

2.1 De historische ontwikkeling

2.1.1 Eerste fase van partijvorming

In Belgiё is het, in vergelijking tot Nederland, vroeg tot partijvorming gekomen. De eerste fase van partijvorming vond plaats van 1846 tot 1885. Tussen deze jaren ontstonden de drie traditionele politieke families – katholieken, liberalen, socialisten. De tegenstelling tussen kerk en staat en tussen arbeid en kapitaal waren „de aanleiding tot en de basis voor de partijvorming“.[5] Van katholieke kant streefde men naar een staat met een dominante rol van de kerk, van liberale kant streefde men naar een geseculariseerde staat.[6] Maar de Belgische Grondwet „voorziet de scheiding van kerk en staat, en ontneemt derhalve de kerk haar wereldlijke macht.“[7]

De politieke revolutie in België begon met de oprichting van de Belgische Liberale Partij in 1846, nadat de eerste kiesvereniging­­ ­­– de Brusselse Alliance Libérale – in 1841 tot stand was gekomen.[8]

Vanaf het moment van de onafhankelijkheid van België waren de katholieken sterk politiek actief, maar de liberalen regeerden België tussen 1847 en 1884.[9]

Het conflict tussen deze twee politieke families versterkte zich van 1879 tot 1884.[10] Het kwam tot de eerste schoolstrijd, die het lager onderwijs betrof. De liberale regering schafte de subsidie voor de vrije gemeentescholen af en verplichtte de gemeenten een neutrale school op te richten. Dat was een tegenslag voor de katholieke scholen.[11] Om ertegen te protesteren, fuseerden de katholieke Federatie van Kiesverenigingen en de Bond van Katholieke Kringen. Deze fusie mondde in 1884 uit tot de stichting van de Belgische Katholieke Partij onder de officiële naam “Fédération des Cercles Catholiques et des Associations Conservatrices”.[12] België werd in de jaren 1884 tot 1917 alleen door de katholieken bestuurd.[13]

De versterkte tegenstelling tussen werknemers en werkgevers riep een sociaal-economisch conflict op, dat in 1885 leidde tot de oprichting van de Belgische Werkliedenpartij BWP, die de arbeidersbelangen en ook de seculiere staat verdedigde.[14]

De eerste fase van partijvorming, waarin de sociaal-economische tegenstellingen en de tegenstelling confessioneel-vrijzinnig een belangrijke rol speelde, eindigde in 1885 met de oprichting van de drie traditionele politieke families. Hiermee werd het begin van een driepartijenstelsel ingeluid.[15]

Vanaf 1919 ontstonden partijen met een Vlaams-nationalistische inslag. Deze ontwikkeling kwam voort “uit de politieke transformatie die van de Belgische samenleving een nationale staat en een natie gemaakt heeft”.[16] Allereerst ontstond de Frontpartij, beïnvloed door activisten, die pro het federalisme was, naar zelfbestuur voor Vlaanderen streefde en antimilitarisch was.[17]

In 1920 werd de Féderation des Cercles Catholiques na een machtsverschuiving omgevormd tot de standenpartij Belgische Katholieke Unie.[18]

In 1921 werd de Belgische Communistische Partij gesticht, die zijn hoogtepunt na de Tweede Wereldoorlog bereikte, maar vandaag uit het politieke spectrum is verdwenen.[19] De Frontpartij werd in 1933 het Vlaams-Nationaal Verbond VNV, omdat de Front National FN met interne tegenstellingen kampte. Enkele partijleden eisten een partij op katholieke grondslag, terwijl andere een fascistische of democratische richting wilden.[20]

In 1945 richtten politici de Christelijke Volkspartij CVP-PSC en de Belgische Socialistische Partij BSP-PSB op. Deze partijen waren respectievelijk de opvolger van de Katholieke Partij en de Belgische Werkliedenpartij.

“De ontknoping van de Koningskwestie, die een confrontatie tussen Vlamingen en Walen met zich meebrengt, maakt het federalisme opnieuw bespreekbaar en geeft een sterke impuls aan het heroplevende politieke Vlaams-nationalisme.”[21] Als gevolg daarvan werd in 1954 de Vlaams-nationale Volksunie opgericht als eerste partij die voor een federale staat was. De partij was “een kartel van Vlaams-nationalisten en organisaties van dissidente katholieke landbouwers en middenstanders”.[22]

2.1.2 Tweede fase van partijvorming

Vanaf de jaren zestig was België nog wel een eenheidsstaat. De sterker wordende tegenstelling tussen Vlamingen en Walen gaf echter aanleiding tot de oprichting van taalpartijen, die de belangen van hun taalgemeenschap behartigden. In deze periode ontstonden zowel partijen aan de Vlaamse als aan de Waalse kant.[23]

Na de parlementsverkiezingen van 1961 was de electorale neergang van de Liberale Partij vrijwel zeker. Daarom werd de partij getransformeerd tot Partij voor Vrijheid en Vooruitgang - Parti de la Liberté et du Progrès PVV-PLP “met het doel alle centrum-rechtse krachten te bundelen”.[24]

De ontwikkeling van de taal- of communautaire partijen begon met de oprichting van het Front Démocratique des Francophones FDF 1964 in Brussel. Deze partij verdedigde de belangen van de Franstaligen in Brussel en haar agglomeratie, door tegen de taalwetgeving te protesteren.[25] “De taalwetgeving van de regering-Lefèvre lokt heel wat protest uit en heeft de opkomst van diverse “taalpartijen” tot gevolg.”[26]

In 1968 werd aan Waalse kant het Rassemblement Wallon RW opgericht.

Het gezamenlijke succes van de Volksunie, het FDF en het Rassemblement Wallon, was een van de redenen voor “de splitsing van de drie traditionele partijen in telkens twee eentalige partijen”.[27]

Het eerst splitste de CVP-PSC zich in 1968 op in twee afzonderlijke partijen: de CVP – de voorganger van de huidige Vlaamse CD&V – en de PSC, die het tegenwoordige Waalse cdH vooruitging. De vorming van de Belgische federale staatsstructuur begon met de eerste staatshervorming in 1970. België bestond en bestaat tot nu toe uit vier taalgebieden. Het gaat om een Nederlands, een Frans, een Duits en een tweetalig taalgebied Brussel-Hoofdstad.

In 1971 bereikten de taal- of communautaire partijen, die in de eerste plaats een federalistische staatshervorming tot doel hadden, hun hoogtepunt. In dat jaar werd de PVV-PLP opgedeeld in enerzijds de Nederlandstalige PVV en anderzijds de Franstalige PLP.[28] Ook gingen in 1978 uit de BSP-PSB aan Vlaamse kant de BSP, die in 2001 tot SP werd, en aan Waalse kant de PS op.[29] Uit de PLP is in 1979 nog de Parti Réformateur Libéral PRL voortgekomen, wier opvolger de tegenwoordige MR is. In 1992 werd de PVV door een naamsverandering tot de Vlaamse Liberalen en Democraten VLD, de voorganger van de huidige Open Vld.[30] Als afplitsing van de Volksunie ontstonden, op grond van uiteenlopende politiek-ideologische visies, in 1977 de Vlaamse Volkspartij en de Vlaams-Nationale Partij, die in 1978 tot het Vlaams Blok fuseerden.[31]

In datzelfde jaar werd ook de partij Respect voor Arbeid en Democratie-Union pour la Démocratie et le Respect du Travail RAD-UDRT, opgericht.[32]

Resumerend kan worden gesteld dat het Belgisch partijenlandschap na de tweede fase van partijvorming bestond uit zes traditionele, drie communautaire partijen en een communistische partij.[33]

[...]


[1] Deweerdt, M. / De Ridder, C. / Dillemans, R. (1994): Wegwijs Politiek, Leuven, p. 27.

[2] Luykx, Prof. Dr. Th. (1969): Politieke geschiedenis van België van 1789 tot heden, Amsterdam, p. 62.

[3] T.a.p., p. 63.

[4] T.a.p., p. 63.

[5] Deweerdt, M. / De Ridder, C. / Dillemans, R. (1994): Wegwijs Politiek, Leuven, p. 104.

[6] T.a.p.

[7] Deschouwer, K. (1987): Politieke partijen in België, Antwerpen, p. 75.

[8] Deweerdt, M. / De Ridder, C. / Dillemans, R. (1994): Wegwijs Politiek, Leuven, p. 104.

[9] Deweerdt, M. / De Ridder, C. / Dillemans, R. (1994): Wegwijs Politiek, Leuven, p. 37.

[10] Deschouwer, K. (1987): Politieke partijen in België, Antwerpen, p. 76

[11] T.a.p., p. 77.

[12] Deweerdt, M. / De Ridder, C. / Dillemans, R. (1994): Wegwijs Politiek, Leuven, p. 104.

[13] T.a.p., p. 37.

[14] T.a.p., p. 105.

[15] T.a.p., p. 105.

[16] Deschouwer, K. (1987): Politieke partijen in België, Antwerpen, p. 82.

[17] Witte, E. / Craeybeckx, J. / Meynen, A. (1997): Politieke geschiedenis van België van 1830 tot heden, Antwerpen, p. 183.

[18] Gerard, E. / Van Nieuwenhuyse, K. (2005): Scripta Politica. Politieke geschiedenis van België in documenten (1918-2000), Leuven, p. 53.

[19] Deschouwer, K. (1987): Politieke partijen in België, Antwerpen, p. 81.

[20] Gerard, E. / Van Nieuwenhuyse, K. (2005): Scripta Politica. Politieke geschiedenis van België in documenten (1918-2000), Leuven, p. 97.

[21] T.a.p., p. 241.

[22] T.a.p., p. 241.

[23] Deweerdt, M. / De Ridder, C. / Dillemans, R. (1994): Wegwijs Politiek, Leuven, p. 105.

[24] Gerard, E. / Van Nieuwenhuyse, K. (2005): Scripta Politica. Politieke geschiedenis van België in documenten (1918-2000), Leuven, p. 276.

[25] Gerard, E. / Van Nieuwenhuyse, K. (2005): Scripta Politica. Politieke geschiedenis van België in documenten (1918-2000), Leuven, p. 290.

[26] T.a.p., p. 290.

[27] Deweerdt, M. / De Ridder, C. / Dillemans, R. (1994): Wegwijs Politiek, Leuven, p. 106.

[28] Deschouwer, K. (1987): Politieke partijen in België, Antwerpen, p. 84.

[29] Deweerdt, M. / De Ridder, C. / Dillemans, R. (1994): Wegwijs Politiek, Leuven, p. 122.

[30] T.a.p., p. 124-125.

[31] T.a.p., p. 106.

[32] T.a.p., p. 106.

[33] Deweerdt, M. / De Ridder, C. / Dillemans, R. (1994): Wegwijs Politiek, Leuven, p. 106.

Details

Pages
22
Year
2014
ISBN (eBook)
9783656924074
ISBN (Book)
9783656924081
File size
596 KB
Language
Dutch
Catalog Number
v294644
Institution / College
Johannes Gutenberg University Mainz – FTSK Germersheim
Grade
1,3
Tags
politieke belgië

Share

Previous

Title: Politieke partijen en partijenstelsel van België